Afgelopen januari mocht Dorothé zich voor een maand bij Bibi voegen op Samos. Hieronder lees je wat van haar ervaringen en wat we als stichting konden doen.
Op ongeveer een kwartier rijden vanaf de hoofdstad van Samos, ligt het vluchtelingenkamp oftewel de CCAC (Closed Controlled Acces Centre). Om de CCAC binnen te komen, moet je net als de mensen op de vlucht door de beveiling. Naam opzoeken op de bezoekerslijst, bagage laten checken op verboden voorwerpen (net als bij de douane op het vliegveld) en door de de biometrische poortjes (die het niet doen). Als ik al deze stappen heb doorlopen met het team, lopen we verder naar onze office. Ik spring over een paar plassen, want het kan hier net zo regenen als in Nederland. Alleen zou de afwatering ook wel op zijn Nederlands aangepakt mogen worden. Ondertussen schallen er namen over de speakers. Namen met Arabische klanken gevolgd door nationaliteiten. Er zijn vooral Syriërs en Afghanen in het kamp wordt me verteld, zoals de namen al deden vermoeden. De namen blijven maar klinken, met af en toe een paar minuten rust. Mensen worden opgeroepen voor hun interviews, hun poort naar Europa. De megafoon blijft maar brullen op een volume waardoor je je naam niet zou kunnen missen, maar wij beginnen onverstoord het werk op te pakken van de dag. Hesje aan, toegangspasje zichtbaar om de nek, walkietalkie in de zak. Iedere collega heeft zo diens eigen taak: wasjes draaien voor de mensen die schurft hebben, Engels leren in de bibliotheek aan kinderen en volwassenen, kleding uitdelen in de free shop, ritjes rijden naar het ziekenhuis en weer terug voor de zieken, etc. etc.
Het kamp is opgedeeld in een A-, B- en C-zone. Je komt binnen tussen A en B in, het eigenlijke midden van het kamp. De C-zone is namelijk bedoeld als detentiecentrum voor mensen die een negatieve uitkomst van hun procedure krijgen. Nu het kamp overvol is, is alle ruimte nodig om huisvesting te bieden. Mensen slapen dus ook op de vloer van de keukenzalen in de C-zone tussen al het afval dat zich ophoopt rondom de mensenmassa. Momenteel zijn er iets meer dan 4000 mensen in het kamp aanwezig zijn, veel te veel voor de ongeveer 2500 mensen die er kunnen worden geherbergd. Daardoor krijgen er vaak genoeg ook zwangere vrouwen en kinderen een slaapplek op de grond van een keukenzaal toegewezen. Of de jongeren die net 18 zijn geworden en daardoor hun beschermde positie als minderjarige verliezen. Beschermde positie als minderjarige is trouwens een groot woord, want hun gedeelte van het kamp mogen ze niet verlaten en daardoor ontstaan er veel opstootjes tussen de paar honderd tieners die op enkele vierkante meters moeten zitten voor een kleine maand.
In het kamp zijn er dus veel sociale taken te doen, omdat mensen het echt niet makkelijk hebben. Gelukkig hebben we tijdens het werk veel ruimte om met mensen te praten. In de women’s centre wordt er bijvoorbeeld geverfd, terwijl moeders hun verhaal even kwijt kunnen onder het knutselen door. Het zijn fijne momenten, hoewel ze niet allerprettigst zijn door de zwaarte van de verhalen. Er lopen op het moment bijvoorbeeld twee moeders rond die allebei een kind zijn verloren tijdens de oversteek van Turkije naar Griekenland een paar weken geleden. Kleine momentjes met een gouden randje zijn er ook, als we een trotse moeder met pasgeboren baby’tje kunnen voorzien van nieuwe kleertjes. Het kindje is geboren op 25 december middenin de CCAC, omdat er tijdens Kerst geen ruimte was om naar het ziekenhuis te gaan. Immanuel heeft ze hem genoemd, God met ons. Met een lach op haar gezicht vertrekt de kersverse moeder met haar nieuwe kleertjes. God met ons. Ik hoop het tegen beter weten in, want de toegangspoort naar Europa ademt namelijk het tegenovergestelde...
Zomaar wat woorden over de situatie op het eiland. Ik heb het nu nog niet gehad over dat het water elke middag wordt afgesloten, dat je elke dag minstens 2x 2 uur moet wachten op je eten in de foodline en dat je de eerste maand dat je in het kamp bent je überhaupt niet het kamp uit mag. Hygiëne laat veel te wensen over. Er was afgelopen maand bijvoorbeeld een groot tekort aan maandverband. Met gedoneerd geld door jullie konden we heel veel maandverband aankopen, maar liefst 1500 pakketjes. Zo kunnen de vrouwen in het kamp in ieder geval weer wat schoner de maand doorkomen. Dank voor jullie bijdragen!